De Oude Kerk te Soest




Homepage De Oude Kerk

Toren Oude Kerk De Oude Kerk is in ons dorp het oudste gebouw en werd gebouwd omstreeks het jaar 1350 en gewijd aan de Heilige Petrus en Paulus. Vermoedelijk is de toren na brandstichtingen in 1481 tegen de al bestaande kerk gebouwd. Het is een vierkante toren met twee kleine zijtorens. Het torentje aan de zuidkant bestond vroeger uit drie verdiepingen, waarvan de onderste met kruisribgewelf van buitenaf was te bereiken. Dit was voor de reformatie de doopkapel. Die ingang was daar gemaakt, omdat het ongedoopte kind niet in de kerk mocht komen. Was het kind gedoopt, dan kon de doopkapel via de kerk verlaten worden. Door een in de dikte van de muur uitgehouwen trap kon men de verdieping boven de doopkapel bereiken. Deze verdieping werd gebruikt om kerkschatten tijdens oorlogsgeweld op te bergen. De trap was zo nauw dat soldaten niet naar boven konden zonder hun uitrusting af te leggen wat natuurlijk erg gevaarlijk was. Later is de toegang dichtgemetseld.

Bij de restauratie in 1905 ontdekte men, met name door toedoen van de voormalige Soester predikant ds. J.J. Bos, in die ruimte een 18-tal houten beelden en ongeveer 80 fragmenten van pijpaarden beeldjes, circa 40 tot 60 cm groot, die daar rond 1600 moeten zijn verborgen. Men kan zich voorstellen hoe het dorp in 1905 in rep en roer raakten toen de resten van die beelden daar in het gras van het kerkhof lagen. De door houtworm aangevreten en vermolmde beelden zijn gedeeltelijk gerestaureerd en in verschillende musea terechtgekomen, wat later door de Stichting Kerk en Cultuur Oude Kerk een verdrietige zaak is gevonden: Zij horen immers bij elkaar.

Het torentje aan de noordzijde is de traptoren, die toegang tot de grote toren geeft. Na 182 treden bereikt men de omgang. Aan de voet is de toren 8,25 meter in het vierkant met muren van 1,5 meter dikte. De hoogte tot de omgang is 33,75 meter, met daarop een achtkantig muurwerk van 1,75 meter hoog. Daarop weer een houten, met leien bedekte spits van 10 meter. Een eenvoudig rekensommetje brengt ons dan tot het haantje op de totale hoogte van 45,50 meter.

In de toren hangen twee luidklokken, waarvan de grootste een van de oudste van ons land is. Deze klok is gegoten vermoedelijk gewoon naast de kerk, in het jaar 1506. In de rand staat de volgende tekst gegoten: "Jezus Maria Johannes Baptiste is mijn naam, mijn geluid is voor God bekwaam, de levenden roep ik, de dode overluid ik, Wilhelmus de Wou heeft mij gemaakt in het jaar 1506". De kleine klok is in de oorlog door de Duitsers weggehaald en niet teruggevonden. In 1950 is een nieuwe klok geplaatst en naar Koningin Wilhelmina genoemd.